


|
WWW.LAATJENIETKISTEN.COM |
|
Een van uw ouders verblijft al jaren in een verpleeghuis op de afdeling psycho-geriatrie. Op enig moment valt uw ouder uit bed en breekt een heup. Uw ouder wordt overgebracht naar een ziekenhuis en aldaar wordt besloten door hulpverleners uw ouder te opereren. |
|
Praktijkvoorbeeld 1 |
|
PRAKTIJKVOORBEELDEN |
|
Uw moeder geeft signalen af dat er iemand is die zij niet vertrouwt. Als u doorvraagt, ontdekt u angst bij haar. Die angst geeft u een onderbuik gevoel. Enige tijd later ontdekt u blauwe plekken en klaagt uw moeder over pijn in de schouder. U vraagt aan de hulpverleners waarom uw moeder blauwe plekken heeft en of het is opgevallen dat uw moeder over pijn klaagt? U krijgt vage antwoorden en hebt geen goed gevoel over de situatie. Wat kunt u doen? |
|
Praktijkvoorbeeld 2 |
|
Uw moeder is overleden in een verpleeghuis. U twijfelt of de oorzaak mogelijk verband houdt met een diagnose van een verpleeghuisarts. U zou het dossier van uw moeder graag eens voorleggen aan een medicus. U zou graag willen dat die medicus met u meekijkt of uw twijfel terecht is. |
|
Praktijkvoorbeeld 3 |
|
U heeft een klacht in behandeling bij een klachtencommissie of tuchtcollege. U heeft behoefte aan emotionele ondersteuning omdat de klachtenprocedure veel van u vraagt. Of u wil een klacht indienen en overweegt juridische ondersteuning? U twijfelt over de ingeslagen weg of de keuze hoe u uw klacht onder aandacht wil brengen? |
|
Praktijkvoorbeeld 4 |
|
U zou graag media aandacht willen omdat er dingen gebeuren in het verpleeghuis die volgens u niet zouden mogen gebeuren. U weet niet hoe u dat aan kunt pakken en zoekt steun. |
|
Praktijkvoorbeeld 5 |
|
Uw vader verblijft al enige tijd in een verpleeghuis en krijgt op een nacht een hersenbloeding. Er volgt spoedopname in een ziekenhuis op een speciale afdeling. De situatie blijkt instabiel kritiek en de prognose uiterst onzeker. Uw vader heeft in het verleden aan u verteld dat hij geen behandeling wenst na een hersenbloeding. U belt uw broers en zussen en die raken verdeeld over wat uw vader verteld heeft. De hulpverleners houden geen rekening met die verdeeldheid en besluiten uw vader te behandelen. Op enig moment geven de hulpverleners aan dat uw vader is uitbehandeld en weer terug mag naar het verpleeghuis om aldaar te revalideren. U krijgt door de nieuwe situatie te maken met iets wat voorheen niet speelde. Namelijk hulpverleners in het ziekenhuis en het verpleeghuis praten niet meer met u. Ze stellen dat ze maar met een contactpersoon spreken en dat blijkt zonder overleg met u een schoonzus te zijn. U vraagt zich af of hier een rechtsgrond voor is en u vraagt zich tevens af hoe u hiermee moet omgaan. U besluit dat u ondersteuning kunt gebruiken. |
|
Praktijkvoorbeeld 6 |